Wat zouden jullie nog willen weten over het babybrein?

Onderzoek wijst uit dat de emotionele verwaarlozing van je baby blijvende breinschade kan opleveren. Schade die grote maatschappelijke gevolgen heeft. Toch bereikt dergelijk onderzoek de politieke agenda’s niet. Daarover gaat het symposium ‘Abnormaal zo gek nog niet.’ Welke vragen kan ik meenemen naar het congres? En: welke kennis hebben jullie alvast in huis?

Wat zouden jullie nog willen weten over het babybrein?

Correspondenten Kinderomgang

Marilse & Ewoud
Foto: Hollandse Hoogte

Foto: Hollandse Hoogte

Het misdadige brein: feit of fictie? Deze vraag stond ruim vijf jaar geleden centraal tijdens een symposium dat werd georganiseerd door de Vereniging van Wetenschapsjournalisten Nederland. Dit symposium was voor mij een eyeopener. Ik hoorde voor het eerst hoe bepalend de eerste levensjaren zijn voor de ontwikkeling van het brein en daarmee voor je gehele ontwikkeling als mens.Ik leerde van een hoogleraar neurobiologie ook dat de emotionele verwaarlozing van een baby en het opgroeien in zeer stressvolle omstandigheden ertoe kunnen leiden dat het stress-systeem in de hersenen blijvende schade oploopt. Dit heeft behoorlijk onwenselijke gevolgen: je wordt óf een heel stressgevoelig mens of, en dat is misschien nog wel erger, je wordt een heel ongevoelig mens (het type dat in koele bloede een misdrijf begaat).Dit verhaal bleek niet alleen te gelden voor het deel van de hersenen waar het stress-systeem ‘huist.’ Een verwaarloosd kind, zo stelde deze hoogleraar, heeft op driejarige leeftijd een brein dat in zijn geheel minder actief is. Daarmee begint het op school met een grote achterstand op zowel sociaal als cognitief vlak.

Van een hoogleraar forensische psychologie hoorde ik die dag een vergelijkbaar verhaal: ook zij stelde dat als je echt iets aan de misdaadbestrijding zou willen doen, je heel vroeg moet beginnen. Niet, zoals we lange tijd dachten, in de vroege puberteit, maar echt in de babytijd.

Wat doet de samenleving met deze kennis?

Als die eerste levensjaren zo bepalend zijn voor de ontwikkeling van een mens, gaan we hier dan als samenleving wel goed mee om? Profiteren we wel genoeg van deze kennis?

Ik besloot me er verder in te verdiepen – schreef er uiteindelijk een boek Lees hier meer over mijn boekover – en kwam erachter dat UNICEF een jaar eerder middels een rapport Lees het rapport hierhad geprobeerd dit thema op de beleidsagenda te krijgen. Via dit rapport kwam ik er weer achter dat aan de Amerikaanse universiteit Harvard een groep wetenschappers Lees hier meer over deze groep wetenschappersbezig was om beleidsmakers erop te wijzen dat we lang niet genoeg gebruik maken van de nieuwste kennis over de ontwikkeling van het brein.

Investeren in het babybrein kost veel geld, maar zal de samenleving uiteindelijk meer opleveren

Grofweg stellen deze Amerikaanse wetenschappers dat als je de armoedecirkel wilt doorbreken waarin kinderen uit kansarme gezinnen in terechtkomen, je hun ouders zoveel mogelijk moet ondersteunen. Denk aan: schuldsaneringsregelingen, goede huisvesting, psychologische ondersteuning, voorlichting over voeding en opvoeding , goede verlofregelingen en kwalitatief goede en toegankelijke kinderopvang. Dat kost veel geld, maar zal de samenleving uiteindelijk meer opleveren. Op een stevig ‘hersenfundament’ is het namelijk beter ‘doorbouwen’ dan op een ‘fundament’ waar de nodige gaten in zitten, zo stellen zij.

Vooraanstaande economen en de OESO onderschrijven dit verhaal en onlangs riepen ook de Europese Unie Lees hier het rapport van de EUen de Wereldbank Lees het rapport van de Wereldbank hieroverheden op om meer te investeren in heel jonge kinderen, omdat we onze samenleving daar (sociaal én economisch) een grote dienst mee bewijzen. Je krijgt er, simpel gezegd, empathischer en intelligentere burgers van.

Wat willen jullie weten?

Over twee weken (31 maart) bezoek ik opnieuw een symposium over de belangrijke breinontwikkeling van jonge kinderen: ‘Abnormaal zo gek nog niet. Lees hier meer over het congres’ Ook hier zal worden ingegaan op de invloed van (ouderlijke) zorg en andere omgevingsfactoren op de ontwikkeling van het jonge brein. De focus ligt daarbij op de psychologische ontwikkeling en op de ontwikkeling van gedragsstoornissen zoals bijvoorbeeld adhd en angststoornissen.

  • Hoe zit het bijvoorbeeld met de ontwikkeling van het brein en iemands mogelijkheden om wel of niet toe te geven aan bepaalde impulsen?
  • Wat zijn precies de gevolgen van een niet goed werkend stress-systeem?
  • Is een ontregeld stress-systeem nog te herstellen?
  • Hoe zit het met de relatie tussen ‘aanleg’ en omgevingsfactoren als het gaat om de ontwikkeling van antisociaal gedrag?

Dit zijn zoal wat vragen die op deze dag aan bod zullen komen. Mijn vraag aan jullie: hebben jullie nog vragen over dit onderwerp? Laat het vooral weten. Ik neem ze graag mee naar het symposium.

Verder ben ik benieuwd: hoe kijken jullie tegen dit thema aan? Hoe kijken de ervaringsdeskundigen onder jullie (ouders, dus) hier tegenaan? En zijn er nog artsen of psychologen onder jullie die kunnen helpen goed voorbereid naar het congres te gaan?

Deze oproep is geschreven door Marilse Eerkens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Spring naar werkbalk